Goed en kwaad is een onderwerp dat van alle tijden is. Vooral wanneer normvervaging optreedt, groeit het verlangen naar inzicht en houvast. Dit boek is de neerslag van een lange zoektocht. Het is geen historische studie maar reikt diverse criteria aan die kunnen aanzetten tot dieper nadenken over het wezen van goed en kwaad. Dat nadenken staat echter voortdurend bloot aan twee gevaren, het gevaar van het absolutisme dat meent een sluitende definitie van goed en kwaad te kunnen geven en het gevaar van het relativisme dat zich bij voorbaat gewonnen geeft en elk antwoord onmogelijk acht. Alleen waakzaamheid kan de mens behoeden voor de val in één van beide uitersten. Dit is illustratief voor de kerngedachte die hier ontwikkeld wordt: de idee van de vereniging der tegenstellingen. Het goede vormt een complementaire eenheid der tegenstellingen waarbij tussen beide polen een vruchtbare spanning bestaat; het kwaad is een ontsporing die het gevolg is van de weigering van de mens om die spanning tussen de tegengestelden onder ogen te zien en te verdragen. Hierdoor vervalt hij in uitersten die op een paradoxale wijze op elkaar gelijken. Dit thema keert telkens terug bij de behandeling van de verschillende criteria. Dit boek is geschreven voor al wie zich bij ethische vraagstukken existentieel betrokken voelt. De auteur hoopt dat dit boek de lezer tot nadenken zal stemmen zodat hij zelf op nieuwe ideeën komt over dit onderwerp.